Context betekenis
Het woord is ontleend aan het Franse contexte, dat teruggaat op Latijn contextus: samenhang of verband. In het Engels bestaat context in precies dezelfde vorm, dus bij de les Engels schrijf je het net zo. Op school duikt het begrip op bij begrijpend lezen, bij rekenen en bij geschiedenis, telkens met een eigen invulling. Daarnaast bestaan de afleidingen contextueel en contextualiseren, die allebei in de Woordenlijst Nederlandse Taal staan.
Hoe bepaalt de zin welke betekenis een woord heeft?
De betekenis van context wordt het snelst duidelijk bij woorden die meer dan één ding kunnen zeggen. Neem rooster. Staat er “het nieuwe rooster hangt bij de ingang van de school”, dan gaat het om lestijden. Leg je worstjes op het rooster van de barbecue, dan is het een ijzeren raster. Het woord blijft gelijk; alleen de rest van de zin wijst de juiste lezing aan. Net zo bepaalt de zin of je een uitdrukking figuurlijk moet opvatten of juist letterlijk. Zegt een klasgenoot dat er tijdens de uitleg een lampje ging branden, dan is er geen lamp aangegaan: hij snapte het ineens. In een tekst over elektriciteit kan dezelfde woordgroep wel gewoon over een lamp gaan.
Betekenis context: verbale en situationele omgeving
Context hoort altijd ergens bij, zoals een uitspraak, een los woord of een voorval. Taalkundigen maken daarbij onderscheid tussen twee soorten. De verbale context bestaat uit de woorden en zinnen die een woord of passage omringen, van de zin zelf tot het hoofdstuk of de hele publicatie. Samenhang binnen een tekst wordt ook uitgelegd onder cohesie betekenis. De situationele of sociale context is breder: de situatie waarin iets gezegd wordt, en de sprekers en luisteraars die aan het gesprek deelnemen. Woordenboeken tellen de lezingen verschillend. Woorden.org houdt het op twee, vertalen.nu geeft er drie. WikiWoordenboek komt tot vier: naast samenhang en omringende tekst ook eerdere gebeurtenissen, plus een vakterm uit de oorkondeleer, waar het woord slaat op wat er in een oorkonde staat en hoe dat verwoord is.
Hoe raad je woorden uit de context?
Staat er in een tekst een woord dat je niet kent, dan hoef je niet meteen te stoppen. In groep 7 en 8 oefenen leerlingen een woordraadstrategie: een vaste aanpak om te raden wat een onbekend woord betekent. Context is een van de begrippen die daarbij horen, naast synoniem, tegengestelde betekenis, woordenboek en de hele tekst. Stel dat je leest: “Eerst was de wethouder enthousiast, maar na alle kritiek werd hij terughoudend.” Het woordje maar kondigt een tegenstelling aan, dus terughoudend is ongeveer het omgekeerde van enthousiast. Soms zit de aanwijzing niet in dezelfde zin, maar een alinea verder. Kom je er dan nog niet uit, zoek de betekenis van het woord dan alsnog op.
Contextopgaven: rekenen met een plaatje erbij
Een rekensom hoeft niet uit kale getallen te bestaan. In een contextopgave zit de som in een herkenbare situatie. Denk aan een foto van het prijsbord in de schoolkantine, met de vraag hoeveel je kwijt bent aan twee broodjes en een pakje drinken. De prijzen staan alleen op het bord, dus zonder dat plaatje kun je niet rekenen. Onderwijsadviesbureau Expertis maakt hier een scherp onderscheid. Een verhaalopgave, ook redactiesom of rekenvraagstuk genoemd, bestaat alleen uit tekst. Een contextopgave heeft daarnaast een afbeelding met informatie die je voor het antwoord nodig hebt. Volgens Expertis zijn zulke opgaven lastiger, omdat je je aandacht over tekst en beeld moet verdelen. In de praktijk lopen de twee termen wel vaak door elkaar.
Van context naar contextueel en contextualiseren
Contextualiseren is een zwak werkwoord: hij contextualiseerde, zij heeft het gecontextualiseerd. WikiWoordenboek geeft er twee betekenissen van. De eerste is iets laten aansluiten bij de tijd en plaats waarin het speelt. De tweede is een werk begrijpen vanuit de periode en de cultuur waarin het ontstond. Een voorbeeld van die tweede lezing: een Brussels parlementslid wilde het album Kuifje in Congo liever contextualiseren dan verboden zien. Contextueel werkt als bijvoeglijk naamwoord en als bijwoord, met de klemtoon op -eel. Het zegt dat iets met de context te maken heeft, erop steunt of erin aanwezig is. Een contextuele aanwijzing is dus een hint die je uit de omringende tekst haalt. De trappen van vergelijking zijn contextueler en contextueelst.
Wat houdt een historische context in bij het centraal examen?
In gewone taal plaats je met een historische context een gebeurtenis in haar tijd. Op het centraal examen geschiedenis is het daarnaast een vaste term met een precieze inhoud. Een historische context is daar een groep kenmerkende aspecten die bij elkaar horen en samen meer dan één tijdvak beslaan. Bij het havo-examen horen bij elke context twee of drie leidende vragen, elk met een beschrijvende tekst die je als kandidaat moet kennen. Welke contexten er op het programma staan, verschilt per examenjaar. Kijk daarom altijd in de syllabus van jouw eigen examen.
Historisch contextualiseren: presentisme vermijden
Waarom verloor een vrouw in overheidsdienst haar baan zodra ze trouwde, en dat nog tot in de vijftiger jaren? Een leerling die dat niet begrijpt, kijkt vaak met de waarden en normen van vandaag naar het verleden. Dat heet presentisme, en het maakt historische gebeurtenissen lastig te verklaren. Tim Huijgen gebruikte dit voorbeeld in een artikel in Didactief. Contextualiseren is in de geschiedenisles de vaardigheid om zo’n gebeurtenis vanuit haar eigen tijd te begrijpen. Je bekijkt de zaak dan bewust vanuit een ander perspectief dan dat van nu. Wat een perspectief precies is, lees je onder perspectief betekenis. Dat contextualiseren te leren is, staat al in de titel van het artikel van Huijgen.
Context als vaardigheid in meerdere schoolvakken
Context lijkt een woord voor de taalles, maar je hebt het in meer vakken nodig dan je zou denken. Bij lezen zit de aanwijzing in de zinnen rond een onbekend woord. Bij rekenen staat de ontbrekende informatie op het plaatje naast de som. Bij geschiedenis is de omgeving een hele periode, met eigen normen en gewoonten. Telkens stel je jezelf dezelfde vraag: wat hoort hier nog meer bij? Alleen de plek waar je zoekt verschuift: van de zin naar het plaatje, en van het plaatje naar een tijd die al lang voorbij is.