Prevalentie betekenis
Bij zo’n uitkomst is de eerste vraag wat er nu eigenlijk geteld is. Woorden.org zet bij prevalentie één synoniem, voorkomen, en dat woord is ruimer: het laat weg in welke groep er is geteld, en juist die groep maakt de uitkomst bruikbaar. Het Latijn waar prevalentie uit voortkomt hield zich met iets heel anders bezig dan met tellen.
Wat een prevalentie meet
De betekenis van prevalentie hangt aan drie dingen, en de bronnen vullen er maar één van verschillend in. Woorden.org noemt geen ziekte en houdt het bij iets dat zich in een groep voordoet, op één tijdstip geteld. Het RIVM telt in zijn methodologische rapport wel mensen: hoeveel er binnen een afgebakende bevolkingsgroep de ziekte op het gekozen tijdstip hebben. Zet je die twee omschrijvingen naast elkaar, dan verschillen ze in onderwerp en niet in bouw. Beide hebben iets dat geteld wordt, een groep waarin dat gebeurt, en een moment waarop de teller stilstaat. Zo’n uitkomst komt dus uit tellen en niet uit afleiden; dat onderscheid staat uitgelegd bij wat betekent empirisch.
Het Latijn achter prevaleren, prevalent en prevalentie
Lang voordat prevalentie een maat werd, bestond in het Nederlands het werkwoord prevaleren. Het Chronologisch woordenboek dat Van der Sijs in 2001 publiceerde, dateert het op 1540 en geeft er als glosse bij: overwicht hebben. Daarachter zit het Latijnse praevalere, dat volgens het Etymologisch woordenboek van Van Dale voor grote sterkte stond, voor sterker zijn dan iets anders. Dat werkwoord bestaat uit prae, een voorvoegsel voor ‘vooraf’ of ‘extra’, en valere, sterk zijn. De Online Etymology Dictionary leidt prevalent terug op het deelwoord praevalens, dat machtiger of krachtiger betekent, en het zelfstandig naamwoord kwam volgens datzelfde werk in het Engels terecht via het middeleeuwse praevalentia en het Franse prévalence. In die hele familie draait het om kracht en voorrang.
Een betekenis die opschuift, gedateerd in het Engels
De oude lezing en de huidige liggen dichter bij elkaar dan het lijkt: wie de overhand heeft, is overal, en wat overal is laat zich tellen. Die verschuiving is gedocumenteerd, maar in het Engels en niet in het Nederlands. De Online Etymology Dictionary zet de lezing “wijdverbreid en algemeen gangbaar” bij prevalent rond 1650, en bij prevalence in 1713. Wanneer het woord in onze taal een medisch-statistische maat werd, is in geen van de beschikbare bronnen te vinden. Wel is zichtbaar dat de oudste lezing hier lang in omloop is gebleven. Woorden.org haalt bij prevalent een oudere lezing aan, “de voorrang hebbende”, die het bij een spelling uit 1858 plaatst, en het puzzelwoordenboek van Mijnwoordenboek geeft voor prevalentie nog precies twee woorden: overhand en overwicht.
Waarin verschillen prevalentie en incidentie?
Naast prevalentie staat incidentie, en Gezondheid en Wetenschap zoekt het verschil in de eenheid. Een prevalentie gaat over het aantal gevallen op de peildag; een incidentie over het tempo waarin een ziekte zich uitbreidt. Diezelfde pagina maakt die snelheid concreet: incidentie is wat er per tijdseenheid aan nieuwe gevallen bij komt. Een aantal gedeeld door een tijdvak is rekenkundig een snelheid, en daarmee zijn de twee uitkomsten niet in dezelfde eenheid uit te drukken. Mind the Graph legt bij incidentie de nadruk op risico en op het tempo van de verspreiding, en dat zijn precies de dingen waar een prevalentie niets over zegt. Die bron wijst incidentie ook aan voor onderzoek naar oorzaken en risicofactoren; het woord voor een veronderstelling die zich met cijfers laat toetsen, staat bij hypothese betekenis.
Een stand tegenover een beweging
In het methodologische rapport van het RIVM staat een model. Op elk tijdstip vormt het aantal zieken daar een volumegrootheid: een stand. Daartegenover staan de stroomgrootheden: hoeveel gevallen er bij komen, hoeveel mensen genezen en hoeveel mensen overlijden. Waar de stand na een periode op uitkomt, volgt uit de beginstand plus alles wat er onderweg in en uit is gegaan. Denk aan een parkeergarage: hoeveel auto’s er nu staan is iets anders dan hoeveel er per uur in- en uitrijden, en toch bepaalt dat tweede het eerste. Het rapport voegt aan incidentie en prevalentie nog twee begrippen toe: remissie, het aantal mensen dat weer gezond wordt, en ziekteduur. Daarmee komt de verwachting over het verloop in zicht, en die staat beschreven bij wat betekent prognose.
Een prevalentie berekenen: wat deel je door wat?
Rekenen met een prevalentie is eenvoudig, zolang teller en noemer bij elkaar horen. Neem een school met 800 leerlingen, waarvan 40 een beugel dragen. 40 gedeeld door 800 is 0,05; maal 100 geeft 5 procent, maal 1.000 geeft 50 per duizend leerlingen. EUPATI beschrijft precies die twee stappen naar een leesbaar getal. De breuk zelf schrijft Mind the Graph uit: boven de streep komen alle gevallen van de peildatum, nieuwe zowel als oude, en onder de streep iedereen die op die datum tot de groep hoort. Die laatste voorwaarde is geen detail, want komen de twee helften niet van hetzelfde moment, dan meet de uitkomst iets anders dan ze belooft.
Wanneer de twee maten uit elkaar lopen
Met de stand en de stromen erbij is te zien waarom de twee maten onafhankelijk van elkaar bewegen. EUPATI wijst erop dat een ziekte die behandelbaar wordt de prevalentie opdrijft terwijl de instroom van nieuwe gevallen gelijk blijft. Wikipedia noemt een chronische ziekte, waarbij er weinig gevallen bij komen en de prevalentie toch hoog uitvalt omdat niemand de groep verlaat. Gezondheid en Wetenschap zet daar de snelle genezing tegenover: die drukt de prevalentie omlaag en raakt de incidentie niet. En het IKNL beschrijft een vierde geval: bij een korte overleving blijft de prevalentie laag, ondanks veel nieuwe gevallen. Een prevalentie die stijgt hoeft dus niet te betekenen dat een ziekte terrein wint; het kan ook betekenen dat mensen er langer mee leven. Of zo’n verschuiving groot genoeg is om iets te betekenen, is de vraag achter wat betekent significant.