Selecteer een pagina

Delegeren betekenis

De betekenis van delegeren verwijst naar het overdragen van een bevoegdheid: iemand anders krijgt het recht een taak op te pakken en er zelf de knopen over door te hakken. In een bedrijf is die ontvanger meestal een medewerker, in het openbaar bestuur een ander bestuursorgaan.



In gewone spreektaal is het een ruim woord: woorden.org noemt het op de pagina over mandateren zelfs gewoon een synoniem daarvan. Het bestuursrecht neemt het veel nauwer. Daar ligt vast wie een bevoegdheid mag afstaan, aan wie juist niet, en wat de oorspronkelijke eigenaar daarna nog kan. Ook de zorg en de wetgever zelf kennen eigen regels voor wie welk werk aan wie mag doorgeven. Kom je het woord tegen in een juridische tekst, dan kun je delegeren en mandateren daarom niet zomaar verwisselen.

Betekenis van delegeren: werk of zeggenschap?

Bij de betekenis van delegeren gaat het om iets wat je niet kunt vastpakken. Een dossier of een sleutelbos geef je door, maar het recht om te beslissen moet je uitdrukkelijk overdragen. Volgens Wikipedia is dat de kern: wie delegeert, draagt bevoegdheden over, en de verantwoordelijkheid verhuist met die bevoegdheden mee.

Woorden.org is zuiniger. Daar komt het neer op een ander je taken laten uitvoeren, en over beslissen zegt de omschrijving niets. Muiswerk geeft daarvan een voorbeeld: een directeur die veel werk bij zijn secretaresse neerlegt. WikiWoordenboek zet de lezingen naast elkaar en noemt apart het geval waarin een ander de klus doet en jij toch eindverantwoordelijk blijft. Over wie er na de overdracht verantwoordelijk is, lopen de naslagwerken dus uiteen. Precies daar zit ook het verschil met een woord dat er sterk op lijkt.



betekenis delegeren, handtekening onder een document

Delegeren en mandateren: waar zit het verschil?

In de wandelgangen lopen de twee woorden door elkaar. Mandateren betekent volgens woorden.org dat je iemand, of een commissie, opdracht geeft om namens anderen op te treden.

Wikipedia legt de grens bij de verantwoordelijkheid. Bij delegeren gaat die mee met de bevoegdheid, bij mandateren niet. Het bestuursrecht trekt de scherpste streep. Wie een mandaat heeft, neemt besluiten in naam van het orgaan dat eigenlijk bevoegd is, en zo’n besluit geldt als een besluit van die mandaatgever. Bij delegatie wisselt de bevoegdheid zelf van eigenaar. De ontvanger handelt dan niet meer namens een ander, maar neemt het besluit op eigen gezag. Met een mandaat teken je namens een ander; bij delegatie teken je in eigen naam.

Wat zegt de Algemene wet bestuursrecht over delegatie?

Een overheidsorgaan kan alleen weggeven wat het zelf heeft. Daarom komt eerst attributie: de wet kent een orgaan een bevoegdheid toe, en pas daarna kan het die bevoegdheid bij een tweede bestuursorgaan onderbrengen. Het Kenniscentrum voor beleid en regelgeving noemt als voorbeeld de gemeenteraad, die volgens artikel 156 van de Gemeentewet bevoegdheden bij het college van B en W kan leggen. In dat jargon is de raad de delegans en het college de delegataris.

De Algemene wet bestuursrecht verbindt er voorwaarden aan. Delegeren kan alleen als een wettelijk voorschrift die mogelijkheid biedt, en het gebeurt bij besluit. De delegans mag daarna algemene beleidsregels meegeven, maar geen instructies voor een afzonderlijk geval. En de ontvanger mag nooit een ondergeschikte zijn. Dat is precies andersom dan in een bedrijf, waar een manager juist aan zijn eigen medewerkers delegeert.



Wanneer de wetgever zelf delegeert

Ook wie wetten schrijft, laat werk aan anderen over. In de Grondwet hangt dat af van een paar kleine woorden. Staat er “bij de wet”, dan maakt de formele wetgever de regels zelf en niemand anders. Staat er “bij of krachtens de wet”, dan is delegatie wel toegestaan en mag een ander de regels verder invullen.

In wetteksten herken je zo’n overdracht vaak aan een vaste formule, bijvoorbeeld een bepaling dat een algemene maatregel van bestuur de nadere regels geeft. Lees je die, dan weet je dat de uitwerking niet in de wet zelf staat maar elders. En geeft degene die de bevoegdheid kreeg haar op zijn beurt weer door, dan heet dat subdelegatie.

Van terugrapporteren tot zelf handelen: vijf niveaus

Delegeren is geen kwestie van alles of niets. Wikipedia beschrijft, op basis van het werk van Van Dam en Marcus, vijf niveaus. Op het laagste zoekt de ander iets uit en meldt hij wat hij vond. Op de volgende treden komen daar aanbevelingen bij, dan voorstellen voor geplande acties, en daarna eigen actie met achteraf nog aanbevelingen. Op het hoogste niveau zoekt hij het uit en handelt hij, zonder eerst terug te komen.

Welk niveau past, hangt af van wat de ontvanger aankan en van hoeveel controle jij wilt houden. Hoe hoger de trede, hoe zelfstandiger de ander werkt; wat die zelfstandigheid inhoudt, lees je bij autonomie betekenis.

Ook een hele organisatie kun je zo bekijken. Wordt er weinig gedelegeerd en ligt het gezag op één plek, dan heet dat centralisatie. Liggen de beslissingen op veel plaatsen, dan spreek je van decentralisatie.



Delegeren in de zorg: wat mag een ander overnemen?

WikiWoordenboek illustreert het woord met een huisarts die een groeiend deel van zijn werk aan hulppersoneel overlaat. In de zorg zijn aan zo’n overdracht wel grenzen gesteld. In artikel 36 noemt de Wet BIG een reeks voorbehouden handelingen, zoals injecties, puncties, katheterisaties en heelkundige handelingen. Alleen bepaalde zorgverleners mogen die zelfstandig verrichten. Anderen mogen zo’n handeling alleen uitvoeren in opdracht van iemand die er wel volledig bevoegd voor is.

Let daarbij op de woordkeus. Wikipedia spreekt bij voorbehouden handelingen van handelen in opdracht, niet van delegeren. En wie de handeling uitvoert, moet niet alleen bevoegd zijn maar ook bekwaam. Een opdracht van de arts is dus niet genoeg: de handeling moet ook in vaardige handen liggen.

Regeren is delegeren, en andere gezegden

Tik je delegeren in bij Google, dan vult de zoekmachine een paar vaste combinaties aan. “Regeren is delegeren” is er een van, net als “delegeren is controleren” en “delegeren en loslaten”. Wie ze heeft bedacht, is niet bekend.

“Delegeren kun je leren” dient vooral als motto op sites over loopbaan en leidinggeven. Het past bij hoe vacaturesites het woord behandelen: als vaardigheid die je kunt ontwikkelen en waarop je bij een sollicitatie wordt beoordeeld. Wat zo’n vaardigheid tot een competentie maakt, staat bij competenties betekenis.

Opvallend is dat twee van die gezegden elk een andere kant op trekken. Het ene maant tot controle, het andere juist tot loslaten. Tussen die twee polen liggen precies de niveaus waaruit je bij het delegeren kiest.



Wie is na het delegeren de eigenaar van een bevoegdheid?

Wat betekent delegeren voor wie de bevoegdheid eerst had? Het antwoord verschilt per terrein. Bij een mandaat verandert er eigenlijk niets: het besluit blijft van het bevoegde orgaan. In een bedrijf krijgt de ander beslisruimte, maar volgens WikiWoordenboek en de meeste sites over leidinggeven houdt de leidinggevende de eindverantwoordelijkheid.

In het bestuursrecht gaat de overdracht het verst. De delegataris zet de bevoegdheid in en draagt daar zelf de verantwoordelijkheid voor, terwijl de delegans haar zolang de delegatie loopt zelf niet langer kan uitoefenen. Toch is ze niet voorgoed weg, want wie delegeerde, mag het delegatiebesluit op elk moment intrekken. Zo bekeken lijkt een gedelegeerde bevoegdheid meer op iets wat je uitleent dan op iets wat je weggeeft: je kunt het zelf niet gebruiken zolang het weg is, maar je kunt het altijd terugvragen.